Zeeburgia 2 – RAP 7: 9-3

  • Afdrukken
  • E-mail

verslagenNi hao (Chinees: spreek uit: ni haw). Anders kan uw razende reporter dit wedstrijd-verslag niet beginnen. Hij is namelijk net terug van zijn vierde bezoek aan het land van het Midden oftewel China. De Chinezen zijn in bijna alles beter dan wij. Hoewel bij veel Nederlanders (en andere Westerlingen) dat besef er niet is. Wij denken al een paar eeuwen dat de Chinezen heel wat van ons kunnen leren. Het zijn barbaren die beschaving missen, want veel Chinezen spugen (klopt, maar echt veel komt er niet uit heb ik geconstateerd), laten boeren (klopt: vooral na het eten) en happen net zo lief in een stuk kip, hond of kikker (klopt ook).

Andersom denken de Chinezen net zo over ons. Ze vinden ons ook barbaren. Alleen zijn zij zo beschaafd of verstandig om dat niet uit te dragen. Er is geen Chinees die je de les gaat lezen over hoeveel beter China wel niet is. Of dat hij vindt dat wij met stokjes moeten eten of niet steeds overal commentaar op moeten leveren omwille van vage termen als vrijheid en democratie. Bescheidenheid siert de Chinees. Een Chinees wordt alleen kwaad als je hem vernedert. Zoals ze nog steeds bijzonder kwaad zijn op de Japanners, die in China als barbaren tekeer zijn gegaan en daarvoor nimmer hun excuses hebben aangeboden. (Tijdens de ‘verkrachting van Nanking’ in 1937 hebben de Japanners binnen zes weken 200.000 Chinezen vermoord en 20.000 vrouwen verkracht).

Met dit in mijn achterhoofd kijk ik op zondag naar een aardig potje voetbal tussen de zondag A1 van Zeeburgia en de A1 van SVA uit Assendelft. De KNVB scheidsrechter heeft het laten afweten en ik regel een vervanger. In goed overleg met de beide elftallen. Ik had ze ook naar huis kunnen sturen, maar dat doe je niet. De zon schijnt en iedereen komt toch om een potje te voetballen. Vlakvoor de wedstrijd begint, krijg ik wel te horen dat het een beladen duel is van de kant van enkele toeschouwers uit Assendelft. ‘Hoezo?’ vraag ik. ‘Het is toch geen Champions League finale?’ ‘Nee, maar het is wel een zes punten duel. Beide teams staan onderaan,’ aldus een Assendelfter supporter. Ik volg de eerste helft om te kijken hoe de gelegenheidsscheidsrechter het doet. Prima, constateer ik. SVA wordt zoek gespeeld en het is maar goed dat ik zelf niet fluit, want wat de keeper  van SVA in onbeschaafd Nederlands allemaal over het veld meent te moeten toeteren, verdient in mijn wereld sowieso zes rode kaarten.

Een kwartiertje na de rust kom ik weer kijken hoe het gaat en krijg allerlei verwensingen naar mijn hoofd geslingerd. ‘Wat een aanfluiting. Een schande. Die scheidsrechter kan er niks van.’ Assendelft staat op zijn kop over al het onrecht dat de scheidsrechter hen heeft aangedaan. De keeper van Assendelft schreeuwt ook weer eens allerlei rodekaart achtige taal naar me. Wat is er in Godsnaam aan de hand? Een kennelijk onterechte strafschop kan Zeeburgia op 3 of 4 nul brengen, hoor ik van Merlien, die zelf aangeeft dat de strafschop wel terecht is. Ik moet me inhouden. Waar gaat dit over? De mannen uit Assendelft hebben nog geen deuk in een pakje boter geschopt, hetgeen ze niet is te verwijten. Maar om dan zo te reageren?

Echter, het gaat om vernedering. En dan moet je verstandig zijn. De Zeeburgiaan die vandaag het nummer dertien draagt is dat niet. Bij een 4-0 voorsprong moet je je tegenstander niet vernederen. Je moet respect hebben voor het feit dat ze nog steeds doorgaan tot het gaatje. Hij voert allerlei circusachtige capriolen uit die uitsluitend tot doel hebben om de al geprikkelde Assendelfters in de maling te nemen. Niet doen. Het loopt goed af. De Assendelfter heeft het zelf niet door, maar ik zou je als Assendelfter een doodschop hebben gegeven. Waarop jij mij weer een klap had verkocht. En vul de rest van de puzzel zelf maar in. NIET DOEN.

En voor de verandering trad de C4 aan op het hoofdveld. Een geweldige ambiance. Twintig supporters van Waterwijk C4 schreeuwen voor 2.000. De C4 van Zeeburgia wint terecht of onterecht (ik kon gezien de capriolen op het andere veld daar geen mening over vellen), maar na de wedstrijd is het raak. ‘De wedstrijd is tien minuten te vroeg afgefloten,’ aldus een heel scala aan Waterwijkers die in de bestuurskamer hun zegje doen over het vermeende onrecht dat hen is aangedaan. Mijn eerste reactie luidt: ‘Waarom hebben jullie er in de overige speeltijd niet gewoon zes ingeprikt, dan hadden jullie hier niet hoeven te staan.’ Dan ga ik even bij de scheidsrechter buurten, die zich van geen kwaad bewust is en mij zijn stopwatch toont. Maar wel geprikkeld is. Leslie fluit namelijk altijd naar eer en geweten. Iets dat de Waterwijkers hem dan ook niet verwijten. Ik doe ook navraag bij enkele Zeeburgianen. Is er te kort gespeeld? Nee. De Waterwijkers schrijven op het wedstrijdformulier hun protest. Ik geef ze daarnaast ook het advies om vooral een klacht in te dienen bij de KNVB. Terwijl Leslie een discussie wil aangaan, die hij nooit gaat winnen. Wie bewijst wat? Laat de KNVB maar beoordelen of jij – die al jarenlang menig voetbalpotje tot een waardig einde hebt gefloten – geen klok kunt kijken.

Dat is zondag, terwijl Zeeburgia 2 op zaterdag speelt. Qua weersomstandigheden maakt het niets uit. En qua scheidsrechter ook al weinig.

Zeeburgia 2 speelt zijn achtste wedstrijd van het seizoen. Op papier en in de praktijk een formaliteit. Zeeburgia staat na 5 overwinningen en 2 nederlagen op een keurige derde plek en tegenstander RAP 7 met 5 nederlagen stijf onderaan. Een half uur lang is er sprake van een wedstrijd. Zeeburgia komt driemaal op voorsprong en RAP maakt steeds binnen een paar minuten gelijk. Ludo kopt drie nagenoeg identieke corners  bij de eerste paal in en Sergio is aanvankelijk ook goed op dreef. Bij de rust is het 5-3.

In de tweede helft wordt het middenveld van Zeeburgia versterkt door Sjoerd. Het resultaat daarvan is dat RAP helemaal niets meer heeft in te brengen. Sergio is dan wel weer begonnen aan de zoveelste generale repetitie voor het Chinese staatscircus en kapt, draait, lummelt en schaart vooral zichzelf dol. Zo helpt hij eigenhandig een kansje of tien of twintig om zeep. Terwijl gelegenheidsspits Jan er in amper tien minuten via anderhalve kans twee inschopt, waarvan eentje uit een bijzonder fraaie vrije trap. Superturk, die Sergio’s voorbeeld volgt, maar dan voor het Turkse staatscircus, komt echter wel tot scoren met een volley die je normaal alleen op de computer scoort. Strak op de pantoffel. Rechtdoor tegen de touwen. Bij het zien van zoveel fraaie doelpunten wordt het scheidsrechter Leslie even teveel. Hij staakt de wedstrijd tijdelijk zonder dat de spelers op het veld weten waarom. Als hij bij de sloot staat, is het echter duidelijk. Hij vult de sloot een beetje bij en verschijnt ruim een minuut later weer opgelucht op het speelveld. Na de 9-3 vindt hij het welletjes en blaast hij een einde aan een wedstrijd die slechts een half uurtje een echte wedstrijd was. 

Waardoor ik weer even de tijd heb om met China door te gaan. Onbeschaafd zijn ze, menen wij terecht of onterecht. En zoals ik op de terugvlucht vernam in een uitermate comfortabele business class stoel van de KLM (waarvoor dank) van een Franse zakenman: ‘De Chinese steden lijken op die in Europa, maar op het Chinese platteland (dat opvallend vaak niet plat is) leven de Chinezen nog in de Middeleeuwen.’ Waarop ik hem vroeg of wij in de Middeleeuwen ook een satellietschotel op ons dak hadden staan, een mobiele telefoon of twee in onze zak hadden en een elektrische brommer voor de deur. De Franse zakenman was even stil, peuterde wat aan een zakje pinda’s en bekende dat hij eigenlijk niets had gezien van China. Het was algemeen bekend volgens hem. Hij was te druk geweest met zaken doen. Als sociaal psychologisch had hij een week lang het Chinese koopgedrag bestudeert voor Peugeot en Renault. Diepgravende interviews met Chinezen over waar een Chinees op let als hij een auto koopt en zo. Of het veel resultaat oplevert, moet nog blijken, vernam ik toen ik er naar vroeg. De Franse automakers zijn inmiddels al een behoorlijk aantal jaren auto’s aan het slijten in China, maar tot nog toe moet er bakken met geld bij. Op de een of andere manier is de Chinees ook hen te slim af.

De Chinezen zelf zien het heel anders. Op de Chinese wereldkaart ligt China in het midden. De rest van de wereld zorgt voor de opvulling eromheen. En eerlijk is eerlijk: ze hebben grotendeels gelijk. Dat merkte ik bijvoorbeeld in Chongqing. Chongqing?? (uitspraak: Chongtjing). Jawel, Chongqing. Waar ligt dat gehucht of dorp nou weer?, hoor ik u al denken. Ergens in het zuidwesten van China. Het is een plek waar je als Westerse bezoeker nog peuters tegenkomt, die als ze je zien keihard begin te huilen en vervolgens hard weglopen of bij hun moeder schuilen voor het opgemerkte onheil. Het is ook een plek waar je ongelooflijk kunt verdwalen en dan als je net als ik slechts twee woorden Chinees spreekt (ni hao; hallo en sjésjé; dankjewel) volledig afhankelijk bent van de goede wil van een Chinees. En dan blijkt dat die enorm gastvrij, vriendelijk en behulpzaam is. Je sowieso altijd een sigaret aanbiedt, een stuk of zes mandarijnen en vier appels en vervolgens twee uur lang behulpzaam is bij het vinden van een hotel of je gewoon meeneemt in je auto en je afzet bij het museum dat je anders met geen mogelijkheid had kunnen vinden. Simpelweg omdat je de vriendelijke taxichauffeur niet duidelijk kon maken waar je heen wilde.

Chongqing is geen gehucht of dorp. Chongqing is de grootste stad ter wereld. Met bijna 50 keer zoveel inwoners dan onze grootste stad of gehucht (in Chinees perspectief): Amsterdam. Gek genoeg kent bijna elke Chinees het dorp Amsterdam. Of omgekeerd bijna elke Amsterdammer afweet van het bestaan van Chongqing? Ik betwijfel het. Maar Chongqing bestaat echt. Op slechts 400 vierkante kilometer (twee keer Amsterdam qua omvang) wonen volgens een officiële opgave van het stadsbestuur 32.350.000 Chongqingers vredig bij elkaar. Gezien de bouwprojecten zijn dat er inmiddels een paar miljoen meer. In die wetenschap vraag je je af of je er überhaupt kunt leven. Het antwoord luidt: JA. Prima zelfs. Het is er zelfs hartstikke gezellig. Miljoenen Chinezen doen er hun ding. Ze werken er hard, maar spelen ook graag een potje kaarten of Mahjong. Ze lullen er over het weer (het is bijna altijd bewolkt in Chongqing),  en over hun schoonmoeders en –vaders. Maar bijvoorbeeld niet over files, geweld op straat of hangjongeren. Want Chinezen gedragen zich zoals het hoort. Want als je je niet gedraagt en bijvoorbeeld meent een bank te moeten beroven of uit baldadigheid of om wat voor verklaarbare of onverklaarbare reden dan ook een ander zwaar lichamelijk letsel toebrengt, dan is het over en uit. Sluiten. Luguber of verklaarbaar. Maak er maar wat van. De Chinese wet regelt je onverbiddelijke einde: de doodstraf. Met dien verstande dat je familie wel wordt geacht de kogel te betalen die dat vonnis voltrekt. Want de Chinese staat vindt niet dat die andere ruim 1,3 miljard onderdanen dienen op te draaien voor jouw misdaad.

In één ding zijn de Chinezen echter duidelijk de mindere. En dat kunnen wij Nederlanders in het algemeen en wij Zeeburgianen in het bijzonder weer wel uitstekend. En dat is voetballen.

Tot de volgende keer.

Eric

P.S. Voor zij die geen tijd hebben om af te reizen naar China: wellicht dat Merlien zo vriendelijk is om mijn fotoverslag over dit land dat niet voetballen kan op de website te plaatsen. Over een maandje zit ik in India, waar ze ook al niet kunnen voetballen. Maar het ook erg prettig is om rond te kijken. Voor reistips kun je je altijd op zondag in de bestuurskamer vervoegen.    

 
© 2010 a.v.v. Zeeburgia